|
|
 |
|
Deel 5 Groen verkiezingsprogramma |
Op deze pagina treft informatie aan over een groene partij welke raakvlakken heeft met Www.Energie51.nl Dezerswege dan ook de plaatsing ervan.
Energie & geld besparen: klimaatverandering, global warming, milieuvervuiling, energiebesparing & brandstofbesparing.
- Deel 5 Groen verkiezingsprogramma.
3. Van eenmalige inspraak naar blijvende dialoog, buurtcontracten en wijkbudgetten Groen! wil meer verantwoordelijkheid geven aan bewoners die zich inzetten voor hun buurt. We willen meer ruimte voor initiatieven van bewoners. Hun betrokkenheid stimuleren vraagt openheid en vertrouwen. Te veel steden en gemeenten willen alles regisseren wat er gebeurt, ook op buurtniveau. De overheid neemt door burgers gestarte initiatieven graag over, in eigen regie, in plaats van de zelfsturing van buurtinitiatieven te respecteren: • Groen! wil lokale initiatieven stimuleren door materiaal, middelen maar vooral ondersteuning ter beschikking te stellen. De mogelijkheid om speelstraten of straatfeesten te organiseren is vaak een eerste stap. In wijken waar niemand het voortouw neemt, kunnen buurt- en opbouwwerk of professioneel wijkoverleg projecten stimuleren om betrokkenheid te bevorderen (b.v. buurt-aan-de-beurt-acties) of om (interculturele) bewonersnetwerken van de grond te krijgen (cf. het werk van Wijkalliantie in Nederland).
• Groen! wil dat lokale besturen doorgroeien van eenmalige hoorzittingen of inspraakvergaderingen achteraf naar een structureel overleg met bewoners in buurten en wijken. Betrokkenheid vraagt om geregelde dialoog. Deze kan tot stand komen in vormen van structureel wijkoverleg. Zowel bewoners als het bestuur kunnen hier punten agenderen en samen naar oplossingen zoeken. Groen! wil daarbij een goede organisatie die inspanningen doet om alle bewoners te bereiken, niet allen de supermondigen. Daarvoor zijn nieuwe werkmodellen inzetbaar. Een participatiecharter tussen bestuur en wijk kan de wederzijdse afspraken en engagementen vastleggen.
• Buurt- of wijkcontracten zijn een ideaal instrument om niet alleen burgers te betrekken bij de besluitvorming, maar om inwoners ruimte te geven voor gezamenlijk initiatief en voor betrokkenheid bij de uitvoering. In enkele steden (cf. Antwerpen, Brussel) werd al ervaring opgedaan met buurtcontracten rond het beheer van een stuk openbaar domein. De contracten leggen de taken vast van enerzijds de bewoners en anderzijds de gemeente. Buurt- of wijkcontracten kunnen afspraken vastleggen over de vergroening van de straat, de inrichting van braakliggende terreinen, het beheer van speeltuigen of speelruimte voor kinderen, het scheppen van ontmoetingsruimte in de buurt, …
• Wijkoverleg en buurtcontracten kunnen een opstap zijn naar ruimere contracten met de wijk of zelfs echte wijkbudgetten waarbij bewoners(groepen) mee beleid gaan maken en uitvoeren. Burgers direct laten mee beslissen over grotere budgetten of projecten kan binnen een duidelijk kader. (zie b.v. het Berlijns model van evenwichtig samengestelde burgerjury’s die beslissen over de besteding van een fonds voor wijkontwikkeling of het model van een leken-planningscel die mee beslist over grote projecten in naam van alle (huidige en toekomstige) bewoners. Het meest verregaand is het Porto Allegre -Model van de “burgerbegroting” waarbij burgers na een grondige informatieronde mee betrokken worden bij besluitvorming over de gehele gemeentebegroting.
4. Betrokkenheid vraagt een actief informatiebeleid De openbaarheid van bestuur moet een evidentie zijn, net zoals spreekrecht voor ambtenaren. Informatierecht van burgers is de basisvoorwaarde om tot een interactieve democratie te komen. Recht op informatie betekent niet alleen toegang tot genomen bestuurlijke beslissingen, maar ook openheid over de overwegingen en afgewogen belangen om tot die beslissing te komen. Maar Groen! wil meer. Betrokkenheid van burgers stimuleren betekent een actief informatiebeleid van stad en gemeente. Lokale besturen moeten niet wachten tot mensen achteraf info vragen. Ze moeten zelf informatie geven en actief communiceren. Ook voor beslissingen vallen, over de alternatieven, de motieven en de procedure. • Vlot bereikbare overheden: stuur burgers niet van het kastje naar de muur: Groen! wil dat burgers met al hun vragen zoveel mogelijk bij één loket terechtkunnen, waar ze
rechtstreeks bediend worden of onmiddellijk naar het juiste contact doorverwezen worden.
• Lokale overheden dicht bij de burger. Zeker in grotere gemeenten zorgen overheden ook voor eerstelijnsdienstverlening op niveau van wijk of deelgemeente. Dit kan de vorm aannemen van een overheidswinkel, waar ook andere al dan niet met de overheid verwante diensten een plaats krijgen (openbaar vervoer, post,…).
• Maximale uitbouw van elektronische communicatie, zonder dat dit ten koste gaat van wie minder met het internet vertrouwd is of er geen toegang toe heeft.
• Elke gemeente beschikt over een informatieambtenaar, die op een objectieve en neutrale wijze informatie over het beleid verschaft.
• Elke gemeente heeft een klachtenregistratie, die actief gebruikt wordt om de kwaliteit van de dienstverlening te evalueren. Grotere gemeenten kiezen voor een volwaardige ombudsdienst, voor kleinere gemeenten wordt, bij voorkeur in samenwerking met de provincie, een intergemeentelijke ombudsdienst opgericht.
• Gebruikersrechten geven gebruikers meer stem. Gebruikers moeten hun ervaringen en wensen kunnen inbrengen. Dit vereist een gestructureerd overleg met verbruikersvertegenwoordigers, bijvoorbeeld via gebruikersraden.
• Het herwaarderen van actieve lokale media (wijkgazetten, wijken op het web, lokale radio’s) moet bijdragen om het informatierecht van de bewoners te versterken.
5. Adviesraden waarderen, maar ook herbekijken en dynamiseren In vele gemeenten staan thematische of doelgroepgerichte adviesraden onder druk. Omdat het bestuur onvoldoende inspeelt op de adviezen, omdat de adviesraad teveel achter de schermen werkt of omdat engagementen afbrokkelen, vaak zien we een terugval in de werking. Groen! wil kritisch bekijken welke adviesraden een functie houden en deze versterken en opengooien. • Te vaak volgen adviesraden enkel de agenda van het bestuur. Zo versterken ze de gerichtheid van de burgers op overheidsplannen, terwijl het omgekeerde sterker zou moeten werken. Adviesraden moeten zelf meer initiatieven kunnen nemen en het bestuur vragen zich daarover uit te spreken. Adviesraden hebben maar zin als ze bijdragen tot meer interactie met de bevolking, als ze niet achter de schermen werken, maar mee de dialoog en het debat met de inwoners vorm geven. Groen! wil raden alle ruimte geven, zodat ze open en dynamisch kunnen werken en de participatie van verschillende doelgroepen op een eigen(zinnige) manier kunnen invullen.
• Te vaak werken adviesraden en thematische gemeenteraadscommissie naast elkaar, zonder dialoog. Groen! pleit ervoor om adviesraden sterker te betrekken bij gemeenteraadscommissies en om hen de mogelijkheid te geven om hun advies daar toe te lichten. Op termijn kan dit zelfs structureel ingebouwd worden, b.v. een raadscommissie voor ruimtelijke ordening waarbij steeds de Gecoro (gemeentelijke commissie ruimtelijke ordening) betrokken is.
6. Het middenveld speelt mee Samen met het engagement van betrokken burgers vormt het lokale verenigingsleven het sociale kapitaal van de lokale democratie in onze steden en gemeenten. Deze verenigingen brengen mensen samen en organiseren activiteiten voor hun leden en voor de lokale gemeenschap. Groen! kiest voor lokale besturen die de kracht van het verenigingsleven en vrijwilligerswerk waarderen en ondersteunen en hun rol in de lokale democratie naar waarde schatten. Lokale besturen moeten dit verenigingsleven ruimte geven voor initiatief, hen daarbij stimuleren en waar noodzakelijk en mogelijk ook ondersteunen: • Ondersteuning van verenigingen bij de nieuwe verplichtingen uit de wetgeving op het vrijwilligerswerk (informatie, mogelijkheid tot afsluiten van een gezamenlijke verzekering,…)
• Opzetten van een lokale vrijwilligersdatabank: de gemeente zamelt bij instellingen en verenigingen "vacatures" in voor vrijwilligers, om zo een overzicht te kunnen bieden aan wie zich wil engageren.
• De gemeente kan een stap verder zetten bepaalde vormen van vrijwilligerswerk coördineren (bijvoorbeeld buurgebonden zorgnetwerken).
7. Versterking van de gemeenteraad Betrokkenheid van burgers stimuleren en een interactieve democratie organiseren betekent niet dat de politici geen verantwoordelijkheid meer hebben, integendeel zelfs. De gemeenteraad moet de eindverantwoordelijke blijven voor het lokale bestuur. Zij moeten niet alleen de ruimte scheppen voor betrokkenheid en de dialoog organiseren. De gemeenteraad moet ook het algemeen belang invulling geven en knopen doorhakken als er tegengestelde belangen zijn. De rol van de verkozen mandatarissen is daarbij essentieel. • Om burgers meer te betrekken, is een sterkere gemeenteraad nodig, die vanuit een duidelijke beleidsvisie in dialoog wil gaan. Voor Groen! moet de gemeenteraad een open forum zijn, een ‘politieke markt’ (agora) waar de dialoog de bevolking uiteindelijk in beslissingen en beleid wordt vertaald. De gemeenteraad speelt zo zijn rol als het scharnierpunt van de lokale democratie. Daar worden de grote lijnen van het beleid uitgestippeld die uitgevoerd worden door het schepencollege en de administratie. Dat gebeurt na consultatie en advisering van verenigingen, diensten en betrokken burgers in commissies.
• Dat vraagt een modernisering van de besluitvorming. Gemeenteraden vandaag zijn te vaak een eindeloze reeks administratieve beslissingen en bekrachtigen van collegebesluiten, die ver staan van de realiteit van de burger. Groen! wil louter administratieve beslissingen meer overlaten aan het college, enkel als B-punt agenderen (punten waarover op de gemeenteraad niet meer wordt gedebatteerd tenzij iemand na een commissie het vraagt) of via een modern e-bestuur tussen gemeenteraadsleden te laten verlopen. Groen! wil zo meer ruimte op de gemeenteraad voor strategische keuzes, evaluatie van beleidslijnen en besluitvorming die voortvloeit uit dialoog met en onder bewoners.
• Om hun mandaat, zeker in moeilijke en zeer technische dossiers, versterkt te kunnen uitoefenen moeten er betere randvoorwaarden worden aangeboden aan de gemeenteraadsleden b.v. via internetbeschikbaarheid, betere commissiewerking, kunnen raadplegen van deskundigen, …
• Herwaardering van de gemeenteraad betekent ook dat schepenen hun mandaat volwaardig opnemen, en bijvoorbeeld niet cumuleren met nationale mandaten.
• Het opnemen van de externe verantwoordelijkheid voor beslissingen op een beleidsdomein wordt sterker bij de bevoegde schepenen gelegd. Zo antwoordt de bevoegde schepenen op interpellaties over zijn of haar beleidsdomein en niet de burgemeester of andere schepenen. Zo geeft de bevoegde schepen en niet de burgemeester elk jaar tijdens de begrotingsbespreking een overzicht van de vooruitgang in elk beleidsplan.
• Geen achterkamertjespolitiek: intergemeentelijke samenwerking biedt kansen op dienstverlening die gemeenten niet apart kunnen dragen, en bepaalde vormen van lokale verzelfstandiging kunnen ook een meerwaarde hebben. Maar er blijft voldoende ruimte nodig voor het publieke debat rond fundamentele politieke keuzes., die in de eerste plaats in de gemeenteraad gemaakt horen te worden.
8. Lokale referenda Groen! blijft geloven in lokale referenda, mits ze het sluitstuk zijn van een heel proces van informatie en betrokkenheid van burgers. Vormen van peilingendemocratie of ‘televotingdemocratie’ zonder afdoende voorbereiding of actieve inbreng van geëngageerde burgers dreigen het democratisch niveau eerder omlaag te halen.
Onderwijs Sommigen verengen onderwijs tot kennisvergaring of tot een loutere voorbereiding op de latere loopbaan. Voor Groen! is onderwijs een voorbereiding op het dagelijkse leven in de maatschappelijke werkelijkheid. Daarnaast is het een van de belangrijkste middelen om kansarmoede tegen te gaan. Een versterking van het lokaal onderwijsbeleid moet de greep van het economische denken op onderwijs doorbreken. Een lokaal onderwijsbeleid moet alle lerenden (kinderen, jongeren, jongvolwassenen en volwassenen) uit de gemeente zoveel mogelijk de kans bieden zich optimaal te ontplooien. Bewust spreken we over een lokaal onderwijsbeleid, en niet over gemeentelijk onderwijsbeleid. Er zijn immers verschillende partijen bij het lokaal onderwijsbeleid betrokken. De belangrijkste zijn het gemeentebestuur en de schoolbesturen. Zij zijn gelijkwaardige partners, die elkaar ieder vanuit een eigen identiteit en verantwoordelijkheid aanvullen, ondersteunen en - waar nodig - corrigeren. De gemeente moet in dit lokaal onderwijsbeleid een regiefunctie opnemen. Voorstellen 1. Gemeenten als regisseurs van een lokaal onderwijsbeleid • Lokale samenwerking met andere scholen over de onderwijsnetten heen is noodzakelijk om te komen tot een afbouw van concentratiescholen, een goed doelgroepenbeleid, een goed uitgebouwd buitenschools opvangsysteem, een gemeenschappelijk infrastructuurbeleid en een school die ingebed is in de wijk. De lokale overheid brengt hiertoe de verschillende lokale partners samen: inrichtende machten, schooldirecties, oudercomités en schoolraden, allochtonenorganisaties, de vierdewereldbeweging, vertegenwoordigers van particuliere en openbare buitenschoolse opvang en het opbouwwerk. De schepen van onderwijs staat ten dienste van alle scholen en stimuleert overleg en samenwerking over netten heen.
• Gemeenten beperken zich daarbij niet tot het basis en secundair onderwijs, maar geven in hun beleid ook een plaats aan hogescholen of universiteiten, als die op hun grondgebied, aanwezig zijn. Studenten maken immers deel uit van het maatschappelijk weefsel van een gemeente. De gemeente werkt daarbij ook actief aan de betrokkenheid en het welbevinden van de studenten en bevordert de samenwerking tussen de hoger onderwijsinstellingen en hun voorzieningen overheen de associaties.
• De samenwerking tussen de gemeente en de Centra voor Volwassenenonderwijs en de basiseducatie wordt verder uitgebouwd en ondersteund. Deze ondersteuning past niet alleen in het kader van het inburgeringsbeleid of het aanleren van de Nederlandse taal maar is noodzakelijk omwille van de sociale dimensie van het volwassenenonderwijs en het verhogen van de zelfredzaamheid van de burgers. De gemeente moet als ondersteuner een actieve rol spelen in kader van het levenslang en levensbreed leren.
• Onderwijsconsulent in elke gemeente als spil van de regiefunctie
• Lokaal fonds voor schoolgebouwen: gemeente is eigenaar/beheert/onderhoudt op basis van lokale noden Er komt in overleg met onderwijsinstellingen een meerjarig investeringsplan voor onderhoud van schoolgebouwen
2. Scholen ingebed in wijken • Het concept van de zogenaamde Brede School/Wijkschool wordt verder uitgebouwd en ontwikkeld.
• De scholen worden sterker ingebed in de buurt/wijk. Groen! wil de schoolgebouwen en de ICT-, sport- en speelinfrastructuur buiten de schooluren beschikbaar stellen voor de wijk. Dat voorkomt dubbele investeringen en het verlaagt de drempel naar onderwijs en vorming. De gemeente sluit een “openschoolovereenkomst” af met de betrokken scholen en wijken, waarbij de gemeente zorgt voor het toezicht en onderhoud of herstelling van de opengestelde schoolinfrastructuur.
3. Meer betrokkenheid dankzij een versterkt onderwijsopbouwwerk • Kinderen worden van jongsaf aan aangemoedigd om te participeren, om hun eigen mening te uiten en om andere kinderrechten (bijvoorbeeld recht op spel) in de school maar ook in de gemeente te realiseren. De school hanteert daarvoor verschillende participatiemethoden.
• Ook ouderparticipatie krijgt een centrale plaats. Gemeenten kiezen opnieuw resoluut om het onderwijsopbouwwerk uit te bouwen. Het ondersteunt daarmee kansarme en allochtone ouders, kinderen en jongeren zodat zij binnen afzienbare tijd zelfstandig voor hun belangen kunnen opkomen in de school en in de onderwijsstructuren. Ouders, kinderen en jongeren verwerven onder meer inzicht in het belang van onderwijs als kanaal van sociale mobiliteit en in hun eigen probleemoplossend vermogen. Scholen zetten actief stappen om de relatie met de ouders te verbeteren, ontwikkelen vaardigheden om de kloof tussen thuismilieu en school te verkleinen en doen inspanningen om de samenwerking met allochtone en kansarme ouders te verbeteren. Brugfiguren tussen ouders, kinderen, jongeren en de school kunnen hierbij helpen.
• Er komt een afsprakennota tussen gemeente, OCMW en alle scholen over een beperking van de schoolkost voor de ouders.
• De gemeente gaat scholen en het lokale bedrijfsleven met elkaar in contact te brengen om stage/leerplekken voor (vroegtijdige) schoolverlaters te creëren. De gemeente kiest er ook voor om de resultaten van deze samenwerkingsprojecten een zichtbare plaats te geven in de gemeente, bijv. kunstwerk in de buurt, verfraaien van een blinde muur, speelpleininrichting, ...
• Voor Groen! is een kwaliteitsvolle voor- en naschoolse opvang essentieel. Deze moet bereikbaar en betaalbaar zijn.
4. Kleurrijke scholen • Het onderwijs moet voor Groen! blijk geven van respect voor andere culturen. Er wordt extra ondersteuning gegeven aan scholen met veel kansarme autochtone en allochtone leerlingen. Groen! pleit voor multiculturele of kleurrijke scholen. Het basisonderwijs wordt geënt op het multiculturele karakter van de betrokken wijken. Bestaande concentratiescholen worden daarom afgebouwd. Daarnaast komen er meer middelen en een betere ondersteuning. Groen! pleit voor extra inspanningen om kinderen van kansarme ouders (zowel allochtone als autochtone) alle kansen te geven om deel te nemen aan een kwalitatief goed onderwijs.
• Taalvaardigheid is de sleutel de sleutel tot emancipatie en participatie in het onderwijs en de samenleving. In Vlaanderen kunnen gemeenten een belangrijke partner worden bij het ontwikkelen van taalstimulerende activiteiten. In het kleur- en taalrijke Brussel is het belangrijk dat de experimenten met andere talen in de vorm van taal- en taakgericht onderwijs definitief worden erkend. Deze projecten hebben tot doel de taal- en onderwijsachterstand van kansarme (allochtone, maar ook autochtone) leerlingen weg te werken.
• Een belangrijke prioriteit is de opvang van de anderstalige kinderen van asielzoekers. Voor hen komen er in het basisonderwijs opvangmodules die niet alleen zorgen voor een taalbad, maar ook aandacht hebben voor de sociaal-emotionele problematiek van de vluchtelingenkinderen. In de aanvangsfase worden de kinderen opgevangen in afzonderlijke klassen. Kinderen die geen kans hebben om hier te blijven krijgen in dergelijke klassen de meest geschikte opvang.
5. Duurzame en verkeersveilige scholen • De gemeente stimuleert scholen tot duurzame ontwikkeling. Binnen één bestuurstermijn schakelen ze over op bioproducten. Er komen drinkwaterfonteinen. Milieugevaarlijke stoffen worden geweerd (pesticiden, milieuschadelijke en giftige onderhoudsproducten).
• De gemeente biedt oplossingen voor de huidige verkeersonveilige situatie naar/van en rond scholen. De veiligheid van de onmiddellijke schoolomgeving wordt niet alleen gegarandeerd met een bordje ‘zone 30’. De schoolomgeving moet daarvoor ook veilig en herkenbaar heringericht worden, schoolwandeleilanden behoren tot de mogelijkheden. Voorts wordt bekeken of het aanbod van het openbaar vervoer moet worden verhoogd en worden er autovrije of autoluwe kindlinten naar en van elke school uitgestippeld.
Cultuur doet steden en gemeenten bruisen
Cultuur kan verrassen, stimuleren en inspireren. Cultuur daagt de samenleving uit en houdt deze spiegels voor. Kunst en cultuur geven de samenleving een eigen identiteit. Bij een moderne en progressieve samenleving hoort ook een sterk cultureel klimaat. Om zo’n klimaat tot stand te kunnen brengen en te kunnen behouden, is een rijk cultureel aanbod essentieel en moet men waar mogelijk de bereikbaarheid en participatie vergroten. Dit wil Groen! bereiken door het goede te behouden en vernieuwende kunst- en cultuuruitingen te stimuleren. Gemeenten moeten daarom een eigentijds cultuurbeleid voeren. De overheid kiest voor een breed cultureel leven, waarin ze zich inhoudelijk niet mengt, maar dat ze wel ondersteunt door een goede infrastructuur en de inzet van voldoende middelen. Groen! streeft naar een organisch multicultureel kunstbeleid. Dit betekent dat een verscheidenheid aan culturele stromingen zichtbaar moet kunnen zijn in het cultureel aanbod in de gemeente. Groen! zal niet alleen strijden voor een gedifferentieerd aanbod met een grote verscheidenheid van kunstdisciplines, maar ook voor een goed werkklimaat voor de kunstenaars. Dit laatste kan door middel van het betaalbaar houden en beschikbaar stellen van werkplaatsen/ateliers/broedplaatsen/vrijplaatsen/oefenruimtes voor alle kunstdisciplines. We vinden het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen kennis kunnen nemen van, en plezier kunnen beleven aan cultuur. Dit betekent dat wij ons zullen inzetten om kunst voor iedereen bereikbaar te maken. Groen! streeft naar stimulering en intensivering van kunsteducatie. Hierbij is onder andere de versterking van de afstemming tussen steunfuncties en het onderwijs in gemeenten van belang. Verder wil Groen! afstemming tussen amateurkunst en kunsteducatie. Dit is van belang zowel voor de toekomstige doorstroming binnen de amateurkunst als voor het stimuleren van culturele interesses bij de jeugd. Groen! pleit voor respect en voor samenwerking, maar tegelijkertijd voor confrontatie tussen verschillende leeftijdsgroepen en leefstijlen. Elke culturele ruimte is dus een open ontmoetingsplaats en geen gesloten vesting van één groep of één leefstijl. Voorstellen: 1. Een waaier aan cultuur bevorderen • Groen! wil dat het cultureel verenigingsleven en onder andere het jeugdwerk, de samenlevingsopbouw en de volwasseneneducatie geen eilandjes zonder wederzijds contact vormen. Tevens komt er een intensere samenwerking tussen culturele instellingen zoals bibliotheken, culturele centra, educatieve centra, jeugd- en ouderencentra. Voor dit doel worden specifieke aanmoedigingsbijdragen beschikbaar gesteld.
• De culturele basisinfrastructuur is gespreid over de gemeente en de regio op basis van een gemeentelijk en een regionaal plan ter zake. Groen! kiest voor een cultuuraanbod op maat van de gemeente en uitgebouwde culturele netwerken. Cultuur heeft een plaats in elke gemeente, maar niet alle gemeenten kunnen of moeten of hetzelfde doen. Een centrumstad heeft andere culturele functies dan een kleine gemeente. Groen! wil ook oog voor het specifieke culturele profiel van gemeenten
• Door het tijdelijk beschikbaar stellen van lege gemeentelijke panden en bedrijf-en winkelruimte kan een grote impuls worden gegeven aan culturele bedrijvigheid. Naast de bestaande cultuuruitingen stimuleren we ook nieuwe culturele uitingen, waarbij toegankelijkheid voor iedereen het uitgangspunt is. Gemeente geven tijdelijke subsidies voor nieuwe vormen van cultuur.
• Privé-financiering wordt structureel benaderd. Een mogelijk instrument hiervoor is een gemeentelijk (of provinciaal) cultuurfonds, waarin sleutelfiguren uit de lokale cultuurwereld en enkele gemeente- of provincieraadsleden een plaats krijgen. Het fonds streeft naar naambekendheid om financiële middelen aan te trekken. Dit moet
voorkomen dat men te pas en ten onpas moet gaan bedelen om sponsorgeld. De werking van het fonds moet uiteraard kaderen in het lokaal cultuurbeleidsplan.
• Cultuur kan niet herleid worden tot een instrument voor citymarketing. Uiteraard vormt cultuur een deel van de aantrekkingskracht van een stad voor toeristen. Maar een goed lokaal cultuurbeleid beschouwt cultuur als waardevol op zich, en vertrekt niet van dienstbaarheid aan andere (commerciële) belangen.
2. Culturele participatie verbreden • De gemeente draagt bij om de culturele participatie van haar inwoners mee te verbreden. Bij verhuis maar ook naar aanleiding van een feest (geboorte, huwelijk, jubileum, etc.) ontvangen inwoners een minicultuurabonnement van de gemeente. Groen! pleit voor het opengooien van generale repetities. Vele generale repetities zijn nu enkel via het vrienden circuit bij te wonen. 1/2 van de ticketten van de generales zou moeten gaan naar
b.v. jeugdhuizen, bejaardeninstellingen , OCMW's,
• Lokaal cultuurbeleid is ook spreidingsbeleid, volgens het adagium: “goeie dingen populair maken, en populaire dingen goed maken”. Dit betekent dat men zich niet enkel op de aantallen moet richten. Het is nodig om voortdurend in de achteruitkijkspiegel te kijken, en na grote en kleine evenementen, te focussen op kwalitatief onderzoek. Hoe hebben de mensen het gebodene ervaren, wat hebben ze beleefd en wat dragen ze ervan mee?
• Bibliotheken vervullen een belangrijke culturele rol. De openbare bibliotheek is de plaats waar cultuur het dichtst bij de mensen staat. Niet alleen literatuur, maar alle kunstuitingen staan daar in de vorm van boeken, cd's, video's, partituren, ... ter beschikking van de gebruikers. Naast cultuur is de bibliotheek ook dé basisvoorziening bij uitstek voor zelfeducatie, ontspanning en (gemeenschaps)informatie. We ondersteunen bibliotheken bij het aanbieden van cursussen, leescafé voorstellingen voor scholen en multimediatoepassingen. Daarmee wordt de bibliotheek een laagdrempelige ontmoetingsplaats dicht bij mensen in de buurt.
• Musea kampen soms nog teveel met het stereotype van muffe plaatsen. Een museum moet niet alleen een plaats zijn om kunst te bewonderen, maar ook een plaats die aanzet tot eigen creativiteit. Gemeentelijke musea worden minimaal één dag per week gratis opengesteld. Om nieuwe doelgroepen aan te trekken, moet de gemeente durven experimenteren met nieuwe cultuurformules: late openingen, thema-avonden met een mix van traditionele en nieuwe cultuurvormen, (film, poëzie, dj-sets, …), activiteiten op laagdrempelige plaatsen. De infrastructuur met de laagste drempel is het café. Ook hier zijn er tal van mogelijkheden om aan gratis cultuur-programmatie te doen.
3. Cultuur op straat en in het straatbeeld • Cultuur kan je niet opsluiten tussen 4 muren. We vragen ook een grote tolerantie t.o.v. straatartiesten. Zij brengen cultureel leven op straat.
• Bij stads- en buurtvernieuwing of -opwaardering wordt ook ruimte gecreëerd voor kunst en cultuur. Zo zorg je dat kunst en cultuur zichtbaar zijn in het straatbeeld. Blinde muren in de stad worden omgevormd tot open expositieruimte voor kunst of poëzie.
• Groen! pleit voor een actief beleid met betrekking tot het beheer, behoud en presentatie van de cultuurhistorische elementen in een gemeente, zodat het rijke patrimoniumpotentieel of erfgoed maximaal wordt benut en ontsloten. De architectuur van de stad is een belangrijke uiting van en drager van haar cultuur. De stad zal eerst en vooral zelf het goede voorbeeld geven, en verder via haar regelende bevoegdheid aan vernieuwende, esthetisch waardevolle, en tegelijkertijd op duurzaamheid en ergonomie gerichte gebouwen de voorkeur geven. Aandacht voor cultuurhistorische elementen is meer dan alleen aandacht voor architectuur: ook het immateriële erfgoed en cultuurhistorische landschappen verdienen aandacht. De gemeente (en het OCMW) zorgt ook voor een volwaardige archiefdienst.
• Feesten is fijn. Groen! moedigt het houden van buurtfeesten, de organisatie van stoeten, kunstmanifestaties op openbare plekken, braderieën, en jongeren- of speelmanifestaties aan. Organisatoren kan een duidelijke handleiding ter beschikking gesteld worden, die hen helpt zo goed mogelijk met de stadsdiensten samen te werken, zodat deze feestelijkheden voor feestvierders en de omwonenden zo plezierig mogelijk kunnen verlopen. Specifiek voor de stedelijke assistentie bij kleinere events komt er een feestambtenaar.
Sport is maatschappelijk goud waard Sport draagt bij aan de gezondheid en leefbaarheid van de gemeente, in fysiek, sociaal en mentaal opzicht. Dat zie je dagelijks terug op het sportveld, op school en in de wijk. Mensen sporten met heel veel plezier en blijven fit, ontmoeten anderen, leren omgaan met spelregels, ontwikkelen respect en raken negatieve energie kwijt. Deze maatschappelijke waarden van sport zijn goud waard. Voorstellen 1. Sportaccommodaties en ruimte: bereikbaar, multifunctioneel en betaalbaar • Sportaccommodaties vormen het hoofdbestanddeel van de gemeentelijke sportbudgetten. Ze moeten daarom betaalbaar zijn. Zowel voor de gebruiker als voor de gemeente zelf. Een lage kostprijs is een cruciale hefboom voor de toename van de sportieve participatie. Ook multifunctionaliteit en bereikbaarheid van de accommodaties zijn van groot belang. Veilige en goede accommodaties zorgen er voor dat mensen komen en blijven sporten. Voor de leefbaarheid van de samenleving is het van groot belang dat sport in het ruimtelijke beleid wordt geïntegreerd.
• De gemeente kan grote leegstaande opslag- of fabrieksruimtes huren en tijdelijk inricht als sportloods, waar jongeren kunnen sporten zonder dat ze de juiste sportschoenen of – tenue moeten hebben.
• De sportinfrastructuur moet duurzaam vernieuwd en onderhouden worden. Duurzaamheids-, milieu- en mobiliteitseffecten moeten meer aandacht krijgen, zowel bij sportmanifestaties als bij de planning en het beheer van infrastructuur. Uitgangspunt is het maximaal beperken van de totale milieu-impact, zowel van deelnemers als van toeschouwers.
• In samenspraak met scholen kan de gemeente de bouw van sportaccommodatie maximaal ondersteunen die geschikt zijn voor het schoolgebruik overdag en het gebruik door de sport 's avonds en in het weekend. Dezelfde constructie is denkbaar met bedrijven die een actief sportbeleid voor medewerkers voeren. De gemeente moet daarbij centraal gelegen, veilige en aantrekkelijk vormgegeven sportaccommodaties stimuleren en voorkom dat sportplekken naar de randen van de steden verdwijnen. Sport moet ook fysiek bereikbaar blijven
2. Sportverenigingen: vrijwilligers ondersteunen • Vrijwilligers vormen de slagader van de sportvereniging. Soms wordt van een vrijwilliger verwacht dat hij of zij jurist, econoom, pedagoog en erkend restaurateur tegelijk is om aan alle regels te voldoen en alle kansen te grijpen. Professionele ondersteuning vanuit de gemeente kan verenigingen echter helpen bij tijdrovende en lastige vraagstukken. Daarom ondersteunt een gemeentelijk sportbeleid maximaal het vrijwilligerswerk, met prioritaire aandacht voor de jeugdwerking Door middel van verenigingsondersteuning, b.v. door een tussenkomst in de opleiding van jeugdtrainers, kunnen verenigingen op het pad gezet worden van professionalisering en zelfstandigheid. De gemeente verlaagt ook de administratieve lastendruk voor vrijwilligers, b.v. door een vrijwilligerstoets te hanteren. 3. Onderwijs: sportactieve scholen die samenwerken met de sportvereniging • Sport- en bewegingsonderwijs is essentieel voor het tegengaan van bewegingsarmoede en het bereiken van levenslange sportbeoefening. Leerkrachten lichamelijke opvoeding vervullen daarvoor in een cruciale rol. Sport draagt onmiskenbaar bij aan de opvoeding van kinderen, dat blijkt uit wetenschap én praktijk. Sport kan helpen bij het terugdringen van schooluitval. Sportactieve scholen zijn bovendien interessante scholen en trekken meer leerlingen aan. Samenwerking tussen de sport en de school biedt enorme kansen voor de ontwikkeling van het kind. De gemeente moet deze samenwerking regisseren. 4. Maatschappelijke binding: sterke verenigingen in achterstandswijken • Buurtgerichte activiteiten moeten meer aandacht krijgen. Ter preventie van isolement en verveling en de daaruit voortvloeiende problemen kan sport een aangrijpingspunt zijn voor beleid. Kwetsbare jongeren kunnen via sport relatief eenvoudig worden bereikt. Sport biedt een gezonde uitlaatklep. Sportdeelname kan hun leven een meer zinvolle invulling geven, ontwikkeld het zelfrespect en respect voor anderen, en het levert positieve rolmodellen op. Gemeenten hebben de taak om sportverenigingen te ondersteunen om terug op die plekken te gaan waar dat het meeste nodig is. Voetbalveldjes, basketbalveldjes, of grotere accommodaties zijn noodzakelijk om de sociale infrastructuur op peil te brengen. Groen! vraagt dat de gemeente aansprekende sportactiviteiten of sportdagen in de eigen buurt van de jongeren organiseert. Zelforganisatie en jeugdparticipatie zijn daarbij sleutelwoorden. Door de invoering van een jeugdsportpas kan de gemeente de financiële drempel voor lidmaatschap van een sportvereniging verlagen maar ook jongeren de kans geven om te proeven van verschillende sportdisciplines. 5. Topsport: talenten ontplooien • Topsport staat voor prestatie, innovatie en zinnenprikkelende kwaliteit. Investeren in sporttalenten straalt uit naar andere jongeren. Topsporters dienen als rolmodellen voor de jeugd en de topclub bindt mensen aan de identiteit van de stad. Topsport is zinvol, maar mag niet overheerst worden door (semi)-commerciële motieven en handelswijzen. Zorg voor inbedding in het maatschappelijk weefsel van de gemeente is cruciaal, bijvoorbeeld door een jeugdwerking die ook oog heeft voor kansarmen en minder getalenteerde sporters. Zo neemt topsport ook ten volle haar maatschappelijke rol op.
Jeugd Groen! vertrekt vanuit een positief beeld van onze jongeren. Nog al te vaak wordt er in clichés over jongeren gesproken. Om die clichés de wereld uit te helpen, kiezen we voor echte betrokkenheid van kinderen en jongeren. Jeugdbeleid mag zich niet beperken tot de voor de hand liggende terreinen zoals vrije tijd. Groen! wil een geïntegreerd jeugdbeleid, ook op lokaal vlak. Kinderen en jongeren krijgen nog steeds veel te weinig ruimte. Ze worden weggejaagd op straat (cfr. straatverbod), spelende kinderen worden als overlast beschouwd, … . Ook aan fysische ruimte blijft er een groot tekort: gebrek aan speelruimte, te weinig fuifplaatsen, tekort aan repetitieruimtes, … Jongeren en kinderen moeten hun ‘ding kunnen doen’. Groen! blijft ijveren voor ruimte voor kinderen en jongeren, zowel fysische als psychische ruimte. Groen! blijft ook kiezen voor het traditionele jeugdwerk. Dat traditionele jeugdwerk is een zeer belangrijke lokale speler. Het zorgt voor een lokale dynamiek. Naast het traditionele jeugdwerk wil Groen! ook alle kansen geven aan andere initiatieven (uitingen van jongerencultuur, allochtone zelforganisaties, experimenteel jeugdwerk, …) van, door en met jongeren. Voorstellen 1. Ruimte voor jongeren en kinderen • Groen! pleit voor een jeugd- en kindvriendelijk ruimtelijk beleid. Jongeren moeten de kans krijgen om hun plaats in de openbare ruimte te veroveren.
• Kinderen hebben het recht op ontspanning en spel in hun buurt. Minimaal 3
Als u ook continu op de hoogte wenst te blijven van de grootste trend van de laatste 50 jaar genaamd 'energie' schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief( d.m.v. ons rapport " 11 manieren om 10-70% op uw energie- geld en brandstofrekening te besparen)".
|
|