|
De kosten van energie- en brandstofgebruik zijn in korte tijd gemiddeld met 50% gestegen.
Download ons rapport, help het milieu en uzelf: "11 manieren om 10-70% op uw energie- geld en brandstof (benzine & diesel)-rekening te besparen.” Zorg dat u per direct al 100 tot 1000den euro's per jaar aan gas, elektriciteit, licht, benzine, diesel & geld kan besparen.
OPROEP! Iedereen die zich inschrijft maakt kans op gratis energie-certificaat in 2008. Twv +/- Euro 1.000
|
|
|
 |
|
Deel 6 Groen verkiezingsprogramma |
Op deze pagina treft informatie aan over een groene partij welke raakvlakken heeft met Www.Energie51.nl Dezerswege dan ook de plaatsing ervan.
Energie & geld besparen: klimaatverandering, global warming, milieuvervuiling, energiebesparing & brandstofbesparing.
- Deel 6 Groen verkiezingsprogramma.
kinderen moet verhogen.
• Ook jongeren hebben recht op mobiliteit. Daarom wordt niet alleen geïnvesteerd in een jeugdvriendelijke herinrichting van het openbaar domein, maar ook in creatieve oplossingen zoals nachtbussen, carpooling in het uitgangsleven en vlotte fiets-, bus-en treinverbindingen. Verkeersborden worden zo opgesteld dat ze duidelijk zijn voor kinderen, voor schoolgaande jongeren zijn er gratis fietscontroles bij het begin van het schooljaar en in de steden investeert men in een city-bike-project waarbij fietsen en fietsstoeltjes gratis ter beschikking gesteld worden, tegen betaling van een waarborg. Tenslotte pleit Groen! voor kindlinten (veilige routes op kindermaat) van en naar school.
• Groen! kiest voor een doordacht en doorgedreven fuifbeleid. In veel gemeenten zijn er geen goedgekeurde, kleine fuifzalen meer. Jongeren moeten daardoor naar het dure, commerciële circuit, meestal met de auto. Voor Groen! is een degelijke fuifzaal in elke gemeente een ‘must’. De fuifzaal wordt het best gekoppeld aan een jeugdhuis of een andere ontmoetingsruimte.
• Daarnaast werkt de gemeente aan een actief fuifbeleid met oog voor diversiteit. Groen! pleit voor een transparante integrale regelgeving. Waar mogelijk wordt een fuifloket geopend waar alle informatie kan worden gevonden en alle aanvragen op één plaats kunnen gebeuren.
• Groen! wil kansen geven aan alle uitingen van jongerencultuur. Zeker grotere steden moeten investeren in ruimte voor subculturen en stedelijke collectieven van jongeren. Groen! kiest ervoor om jongeren hun ding te laten doen en wil jongeren een zo groot mogelijke psychologische ruimte geven.
• Groen! wil meer aandacht voor de muziekbeleving bij jongeren. Om te vermijden dat jongeren enkel terechtkunnen in het commerciële circuit kan ondersteuning gegeven worden door: het creëren van podiumkansen voor beginnende (pop, klassiek, jazz, …) artiesten en - groepen, het creëren van voldoende repetitielokalen waar muzikanten
en groepen kunnen repeteren, het zoeken naar mogelijkheden voor het opnemen van een CD of demo buiten het (onbetaalbare) commerciële circuit.
• Groen! pleit voor een inhaaloperatie inzake jeugdinfrastructuur. Daarbij is er niet enkel aandacht voor nieuwe ruimten, maar ook voor regularisatie of herinvulling van bestaande ruimten. De voorkeur gaat naar multifunctioneel gebruik van ruimten en terreinen. Dit veronderstelt samenwerking met onderwijsinstellingen, culturele, sport en ouderencentra. Groen! pleit er ook voor dat de gemeenten hun grotere culturele huizen gedurende enkele dagen per jaar ten dienste stellen van jongeren- en vrije tijdsorganisaties. De gemeente neemt hiervoor het initiatief. Dit wordt als voorwaarde ingeschreven bij de toekenning van cultuursubsidies vanuit de gemeentelijke overheid.
• In de verkommerde stedelijke gebieden keren stedelijke functies terug in de wijken: dit betekent een aangename en veilige omgeving, met interessante initiatieven met een welzijnsneutraal karakter zoals jeugdcafés, boeiend jeugdwerk, …
• In deze wijken wil Groen! kansen geven aan zelforganisaties om zich verder te ontwikkelen en boeiende processen op te zetten.
2. Participatie, communicatie en informatie • De gemeente geeft jeugdraden alle ruimte. Zo kunnen deze open en dynamisch werken en kunnen ze de participatie van de jongeren op een eigenzinnige manier invullen. Groen! wil dat gemeentebesturen effectief rekening houden met adviezen die gegeven worden rond jeugdwerkbeleidsplan, jaarplan,…. Bovendien wil Groen! dat gemeentebesturen jeugdraden inspraak geven rond alle jeugdgerelateerde thema’s, zoals bijvoorbeeld mobiliteit.
• De gemeente hanteert een diversiteit aan inspraak- en beslissingsmethoden om zoveel mogelijk (diverse) jongeren te kunnen bereiken. De taal dient geënt te zijn op de jeugdcultu(u)r(en) en -stijl(en). Hierbij wordt erover gewaakt dat de gebruikte methoden de kloof tussen hoog- en laagopgeleide jongeren niet verder vergroten.
• De gemeente maakt werk van een kwaliteitsvol informatiebeleid.
• De gemeente stimuleert wisselwerking tussen jeugdculturen en de culturen van andere generaties. Jeugdcentra staan open voor alle generaties, jeugdcultuur komt aan bod in het gehele gemeentelijke veld (bibliotheek, musea, culturele centra), tussen de jeugd en de kunstwereld worden bruggetjes gelegd.
3. Jeugdwerk ten volle blijven ondersteunen • Groen! wil dat de gemeenten de jeugdverenigingen veel meer op maat gaan subsidiëren.
• Groen! ondersteunt de eis van het jeugdwerk voor een betere aansprakelijkheidsregeling voor jeugdverenigingen. Om de vrijwilligerswerking van lokale jeugdwerkinitiatieven te kunnen vrijwaren, is het noodzakelijk om groepen via een collectieve aanvullende verzekering te beschermen tegen financiële risico's van een eventuele schadeclaim.
• Groen wil maatregelen ter begeleiding van het jeugdwerk in de afhandeling van de nieuwe administratieve verplichtingen zoals de nieuwe vzw wetgeving van 1 juli 2003 en de fiscale aftrekbaarheid van jeugdwerk. Eerder dan hen te sanctioneren, wil Groen een eenduidige en ook meer jeugdvriendelijke interpretatie van de vzw wetgeving, waarbij jeugdverenigingen die niet in orde zijn in de eerste plaats een actieve voorlichting en begeleiding krijgen en pas daarna gesanctioneerd worden. Daarnaast wil Groen! dat de fiscale aftrekbaarheid van het jeugdwerk herbekeken wordt. Groen! wil dat de sociale rol van het jeugdwerk terug ligt waar ze hoort te liggen: in het organiseren van een degelijk en laagdrempelig aanbod voor alle kinderen en jongeren... in plaats van in het regelen van papierwerk.
• Groen! pleit voor een brede invulling van vormingskansen in het jeugdwerk. Ook individuele jongeren, los van elk vast verenigingsverband, moeten kansen krijgen om een boeiend vormingspakket uit het jeugdwerk mee te pikken.
• Groen! pleit voor het blijvend ondersteunen van verenigingen die zich richten op maatschappelijke achtergestelde kinderen en jongeren. Ondersteuning van zelforganisaties en de integratie van doelgroepen in bestaande verenigingen zijn niet tegengesteld, maar vullen elkaar aan.
4. Van jeugdwerkbeleid naar een lokaal jeugdbeleid • Het jeugdwerkbeleidsplan moet evolueren naar een echt jeugdbeleidsplan, ook op lokaal vlak. Ook lokaal spelen jongeren op diverse domeinen: tewerkstelling, cultuur, sport, onderwijs, …
• Elke gemeente heeft minstens een voltijdse jeugdconsulent in dienst. Deze bereidt het jeugdbeleid voor en staat in voor de beleidsuitvoering en de communicatie met kinderen en jongeren. De gemeentelijke jeugddienst wordt een vlot toegankelijk jeugdloket waar kinderen en jongeren en jongerenorganisaties terechtkunnen voor ondersteuning, informatie en overleg.
• Een jongerenparagraaf geeft aan welke effecten beleidsmaatregelen hebben op de jeugd. Dit vereist geen logge procedure en zwaar onderzoek, wel een belangrijke rol voor de jeugdraad.
Veilig wonen in onze gemeenten Groen! wil dat iedereen in onze Vlaamse en Brusselse gemeenten veilig kan wonen. Indien we werkelijk veilige gemeenten willen, hanteren we best een brede visie op veiligheid. Veiligheid is allerminst een zaak van politie en justitie alleen. De beste manier om iemand uit de criminaliteit weg te houden, is ervoor zorgen dat hij een gepaste opleiding geniet, een job heeft en kan wonen in een leefbare omgeving. Een groene lokale politiek voor een veiliger samenleving krijgt vorm in een veiligheidsdriehoek politie – stadswachters – lokaal preventienetwerk. De politie verbaliseert en sanctioneert, met een belangrijke rol voor de wijkagenten. Wanneer criminaliteit zich voordoet wordt er doelgericht en efficiënt opgetreden. Gemeentelijke administratieve sancties zijn in principe een goed instrument, weliswaar onder een aantal voorwaarden. De stadswachters treden preventief op en signaleren, terwijl het lokale preventienetwerk het probleem bij de wortels aanpakt. Kortom, een heldere taakverdeling, met ruimte voor zowel preventie als handhaving. Voorstellen 1. Dweilen met de kraan toe • Zorgen voor een leefbare omgeving is de kern van een groen lokaal beleid: comfortabele huisvesting voor iedereen, weinig leegstand en verkrotting, groen in de wijk, nette straten, voldoende ontspanningsmogelijkheden en ontmoetingsplaatsen, aangepaste straatverlichting en veilig verkeer.
• Alle gemeentelijke beslissingen nemen de impact op de veiligheid en het veiligheidsgevoel in rekening. Dit geldt zeker voor alle ingrepen van ruimtelijke ordening, zoals de straatinrichting of de aanleg van pleinen en parken.
• Vaker dan autochtonen bevinden allochtonen zich in sociaal kwetsbare situaties. Als we de criminaliteit bij allochtonen willen oplossen, moeten we ons des te harder concentreren op de achtergrond- en omgevingsfactoren die bij allochtonen sterk meespelen.
2. Betrokken bij veiligheid • Groen! wil de bewoners niet alleen informeren over beslissingen en keuzes, maar wil de bewoners ook de kans geven om zelf suggesties aan te brengen of om zelf de handen uit de mouwen te steken, bijvoorbeeld op het vlak van de ruimtelijke ordening in de wijk.
• We willen het de mensen makkelijker maken om samen te komen in vrijetijdsverenigingen, gemeentelijke adviesraden, sportclubs, buurthuizen en bibliotheken. Een gemeentebestuur kan initiatieven nemen om de openings- en werkingsuren uit te breiden, om de financiële drempel zo laag mogelijk te houden en om de werking en activiteiten zo ruim mogelijk bij de bewoners bekend te maken.
• Het veiligheidsbeleid dient door de gemeenteraad te worden gecontroleerd. De politiechef kan worden uitgenodigd op de gemeenteraad om het zonaal politiebeleid toe te lichten. Een grondige democratische controle op het lokale veiligheidsbeleid blijft noodzakelijk.
• Burenbemiddeling kan conflicten voorkomen of oplossen. Doel is te bemiddelen tussen buren bij conflicten die meestal met overlast te maken hebben, zoals nachtlawaai, zwerfvuil of overlast door kinderen. Een professioneel systeem van burenbemiddeling kan door de gemeente worden opgestart.
• Sensibilisering over onveiligheid en criminaliteitspreventie heeft zijn nut, denken we maar aan de succesvolle campagnes tegen auto-inbraak. Op geregelde tijdstippen kan de lokale overheid investeren in dergelijke publiekscampagnes over lokaal gebonden fenomenen van criminaliteit of overlast.
3. Een lokaal preventienetwerk • Alle lokale actoren die een rol spelen inzake preventie werken samen in het lokale preventienetwerk: wijkagenten, stadswachters, hulpverleners, buurt- en speelpleintoezichters, straathoekwerkers en wijkcomité’s. Evenwel telkens met respect voor de verschillende functies en opdrachten. Zo vervult het straathoekwerk een onmisbare maatschappelijke rol, die niet zomaar tot criminaliteitspreventie herleid kan worden.
• De lokale preventieambtenaar vervult een sleutelfunctie in het lokale preventienetwerk. Hij of zij coördineert de doorverwijzing.
• Preventief informeren, bijvoorbeeld over verkeersveiligheid of drugs, is geen taak van de politie, maar hoort thuis in het onderwijs, het vormingswerk of het jeugdwerk. Een overzicht van de preventieprojecten wordt gegeven in het lokale preventieplan. Dit preventieplan wordt opgesteld door de preventieraad, waarin de vertegenwoordigers van het College, de gemeentediensten, de politiediensten, de procureur, sectoren van het onderwijs en het welzijnswerk zetelen.
• De gemeente moedigt preventieve maatregelen zoals technische onderzoeken voor inbraakbeveiliging bij mensen thuis en het graveren van fietsen aan.
• Groen! is geen voorstander van permanente (of ‘permanent verplaatsbare’) veiligheidscamera’s. Ze zorgen voor een verplaatsing van de overlast. Het is veel zinvoller om te investeren in aanspreekbare mensen op het terrein.
4. Een moderne wijkpolitie, dicht bij de bewoners • Voor Groen! is de wijkpolitie de steunpilaar van een modern lokaal veiligheidsbeleid. De wijkagent heeft een belangrijke preventieve signaalfunctie, richt zich op kleine verkeersproblemen en overlast. Verder doet hij of zij interventies, b.v. bij handtassenroof, huiselijk geweld, plotse straat- of caféconflicten.
• Het lokale politiebeleidsplan bevat niet enkel de prioriteiten, maar ook de verdeling van mensen en middelen. Op die manier wordt duidelijk in welke mate de politie op straat aanwezig is.
• Groen! wil minder administratie voor de wijkpolitie. Dat wijkagenten instaan voor woonst- en vermogensvaststellingen, minnelijke schikkingen en andere administratieve zaken, is een verspilling van mensen en middelen.
• Groen! wil wijkagenten die aanspreekbaar zijn. Wijkagenten te voet of op de fiets vangen vaak de eerste signalen op van nakende spanningen of conflicten.
• Groen! wil wijkagenten die herkenbaar zijn. Er wordt gestreefd naar enkele vaste ‘gezichten’ per wijk.
• Regelmatige opendeurdagen in de wijkkantoren van de politie vergroten de bekendheid van de wijkagenten bij de wijkbewoners.
• Waar opereert de wijkpolitie? Voor Groen! is het ontoelaatbaar dat de politie uit de ‘moeilijke’ wijken wegblijft. De politie moet daar zijn waar ze nodig is, en dat kan zowel in middenklassewijken en commerciële buurten als in ‘moeilijke’ buurten zijn.
• Wanneer patrouilleert de wijkpolitie? Meestal ziet hij of zij zich begrensd door een ‘nine to five’-uurschema, terwijl het net buiten de kantooruren is dat blauw op straat het meest noodzakelijk is (weekend, avond en nacht).
• Groen! pleit voor een gediversifieerd politiekorps, met voldoende vrouwen en allochtonen. Een actieve integratie van vrouwen en allochtonen in alle politiediensten moet het streefdoel zijn, dus ook in de interventieploegen.
• Alle willekeurige identiteitscontroles, zonder enige concrete aanleiding, worden afgeschaft.
5. Stadswachters en buurttoezichters in dienst tegen overlast • Ter ondersteuning van de wijkagenten wil Groen! een gevoelige uitbreiding van het systeem van de stadswachters en buurttoezichters.
• Stadswachters en buurttoezichters worden ingezet voor een algemeen toezicht op de veiligheid en problemen van overlast, gaande van vandalisme, burenruzies, nachtlawaai en zwerfafval. Ze kunnen instaan voor de bewaking van fietsstallingen en parkings, kunnen een oogje in het zeil houden bij sport- en andere evenementen of aan schoolpoorten, en fungeren als aanspreekpunt in de wijk.
• Stadswachters en buurttoezichters opereren naast de politie, maar hebben zelf geen politionele bevoegdheid. Zij zijn aanwezig waar en wanneer het moet, hebben een preventieve rol en proberen zelf bemiddelend op te treden.
• De functioneringscriteria die gelden voor de wijkagent, zijn bij uitstek van toepassing op de stadswachters en buurttoezichters. Een goede vorming en ondersteuning zijn van cruciaal belang.
6. Naar een verhoogde interventiecapaciteit • Criminaliteit moet efficiënt bestreden worden wanneer ze zich voordoet. Bij een interventie zijn drie elementen cruciaal: de interventiesnelheid, het onderzoek ter plaatse en goede slachtofferhulp. 7. Veilig ondernemen • Rampaaltjes zijn een lokale bevoegdheid, maar de Vlaamse overheid dient zo snel mogelijk een positief en stimulerend signaal naar de gemeenten te sturen. In afwachting dient er te worden gewaakt over het coherente gebruik van rampaaltjes in een gemeente. Dit betekent onder andere dat een ruime vrije doorgang voor voetgangers (ook voor rolstoelen en kinderwagens) altijd gegarandeerd moet zijn.
• Gemengd wonen en werken bevordert de sociale controle en de levendigheid in een wijk. Het wonen boven handelszaken financieel aantrekkelijk maken door middel van premies, is voor elke lokale overheid een verstandige beleidskeuze.
• De gemeente benut ten volle haar bevoegdheden in de strijd tegen fraude en witteboordencriminaliteit. Bij het toekennen van bouw- en andere vergunningen is dit altijd een aandachtspunt. Een efficiënt functioneren van de bouwpolitie is een absolute voorwaarde.
8. Voorzichtig omspringen met gemeentelijke sancties • De gemeentelijke administratieve sancties willen kleine vormen van overlast (zoals nachtlawaai, sluikstorten of hondenpoep) niet langer onbestraft laten. Dit is een goed uitgangspunt, maar de uitwerking van dit principe kan heel wat beter. Zelfs na de opeenvolgende wijzigingen aan de wet (de laatste wijziging dateert van juli 2005), maakt Groen! zich de volgende bedenkingen. Ten eerste wordt de werklast van gerecht naar gemeente verschoven zonder bijkomende middelen voor de gemeente. Ten tweede worden bij de gemeentelijke administratieve sancties de bemiddelingsprocedures bemoeilijkt (o.a. door de korte termijnen). Ten derde rijzen er heel wat vragen over de bescherming van de privacy door de gemeente. Ten vierde vragen wij ons af wat het uithaalt om minderjarigen een boete op te leggen, wanneer die toch door de ouders moet worden betaald. Ten slotte is het niet duidelijk welke bevoegdheden de vaststellende ambtenaren mogen uitoefenen, wanneer zij geen (hulp)agenten zijn. Groen! wil ook niet dat administratieve sancties zo ruim – repressief – ingevuld worden dat ze fundamentele burgerrechten op de helling zetten, zoals bijvoorbeeld bij een straatverbod. Groen! vraagt dat de lokale invoering van de GAS rekening houdt met deze overwegingen. In de gemeenten die de GAS al hebben ingevoerd, pleit Groen! voor een voorzichtige aanpak en een grondige evaluatie na 1 jaar toepassing.
Globaal denken, lokaal beleid voeren
Geen eiland in de wereld Een lokale gemeenschap is geen eiland in de wereld. Of je stad of gemeente in het Noorden of in het Zuiden ligt, in veel opzichten is iedereen met elkaar verbonden. De globalisering is een realiteit. De keuzes die we hier maken, b.v. op het vlak van klimaatbeleid, hebben invloed aan de andere kant van de wereld. Lokale gemeenschappen kunnen een tegengewicht vormen tegen een anonieme of eenzijdige globalisering. Het kunnen broedplaatsen worden voor een andere globalisering. De voorbije jaren hebben heel wat steden en gemeenten geïnvesteerd in een duurzame samenwerking met een gemeenschap in het Zuiden, onder meer via een stedenband. In de toekomst zou het gewicht in de Noord-Zuid-samenwerking in een aantal opzichten meer naar het Noorden moeten verschuiven. Als we een zinvolle bijdrage willen leveren aan een rechtvaardige ontwikkeling van lokale gemeenschappen in het Zuiden, dan moeten we misschien niet zozeer de ander ‘helpen’, maar wel onszelf veranderen. Maatregelen om de ecologische voetafdruk van lokale gemeenschappen in het Noorden te verkleinen zijn dan ook een belangrijke vorm van Noord-Zuid-samenwerking. Daarnaast zou het goed zijn in de samenwerking ook eens de richting om te draaien, en projecten van Zuid-Noord-samenwerking op te zetten. Voorstellen 1. Een Noord-Zuidbeleid met visie en middelen • Noord-Zuidbeleid is meer dan het uitdelen van geld. Het vertrekt van duidelijke visies en beleidskeuzes op lange termijn, bewaakt door een bevoegde schepen, maar gedragen door het hele bestuur.
• Tegelijk vraagt een Noord-Zuidbeleid voldoende middelen, zowel personeel als financieel. De gemeente verhoogt haar middelen om naar verhouding bij te dragen aan de 0,7%norm (of beter nog: de 1%) van het Bruto Nationaal Inkomen voor ontwikkelingssamenwerking.
2. Betrokkenheid bevorderen • De gemeente erkent en ondersteunt een officiële adviesraad voor Noord-Zuidbeleid. Samen met het lokale middenveld betrekt zij ook de hele bevolking zo sterk mogelijk bij het beleid. Jaarlijks worden daarvoor minstens enkele acties opgezet.
• Informeren en sensibiliseren zijn de kerntaak van het lokale Noord-Zuidbeleid. De gemeente werkt hiervoor samen met het lokale middenveld en biedt ondersteuning.
• Om dit te realiseren, stapt de gemeente in in het convenant gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking.
3. Samenwerking met het Zuiden Naast informatie en sensibilisering kan de gemeente ook actief aan samenwerking met het Zuiden doen. Cruciaal is dat deze samenwerking kadert in de globale beleidsvisie van de gemeente, met nadruk op structurele hulp, en dat de kwaliteit van de projecten gewaarborgd wordt, onder andere door samenwerking met professionele organisaties. • Investeren in langdurige projecten van duurzame samenwerking tussen lokale gemeenschappen in Noord en Zuid, onder meer via stedenbanden.
• Opzetten van proefprojecten waarbij partners uit het Zuiden in de gemeenschap in het Noorden hun kennis (b.v. over recyclage, energie- of landbouwtechnieken, natuurbeheer, …) komen toelichten en aanleren.
4. Duurzame ontwikkeling, geen holle slogan Noord-Zuidbeleid past in een breder kader van duurzame ontwikkeling. De gemeente kiest consequent voor eerlijke handel, een grondig klimaatbeleid en ethisch beleggen • Duurzaamheidsbeleid in eigen stad of gemeente kaderen in mondiaal perspectief. Dat kan bijvoorbeeld door een gelijktijdige vermindering van het energiegebruik (in de eigen overheidsgebouwen, bij bouwprojecten, …) en een investering in een project van duurzame energie in de partnergemeenschap in het Zuiden.
• Aankoopbeleid verduurzamen, door producten van Fair Trade en hout met FSC-label
• De titel halen van FairTradeGemeente.
• De dienstkleding die aangekocht wordt bestaat alleen nog uit ‘schone kleren’.
• De lokale overheid ondertekent het Manifest voor het Klimaatverbond. Daarbij engageert zij zich om de hoeveelheid CO2 op haar grondgebied drastisch te verminderen en tegelijk de Amazone-indianen te steunen bij het behoud van het tropisch regenwoud.
• Kiezen voor ethisch en duurzaam sparen en beleggen.
• Een deel van de gemeentelijke beleggingen investeren in microkredieten in het Zuiden.
5. Een lokaal vredesbeleid Werken aan vrede, zowel de ‘kleine’ vrede (binnen de gemeente : gezin, school, verenigingen…) als de ‘grote’ (nationaal en mondiaal niveau), verdient ook een plaats in het gemeentelijk beleid, parallel met dat voor Noord-Zuid. Beide zijn nauw verwant, omdat veel problemen in het Zuiden wortelen in geweld dat hiér zijn oorsprong vindt. • De eerste taak van een lokaal vredesbeleid is informatie en sensibilisering van de bevolking. De gemeente zelf kan zich actief aansluiten bij bestaande campagnes van de vredesbeweging en voor haar burgers de persoonlijke deelname eraan faciliteren. De gemeente neemt deel aan de jaarlijkse Vlaamse Vredesweek als ‘vredesgemeente’, aan vredesinitiatieven zoals Mayors for Peace (kernontwapening), kan vervoer organiseren naar vredesmanifestaties, kan actuele gemeenteraadsmoties op voorstel van vredesorganisaties steunen, als gemeente mét de bevolking reageren op belangrijke politieke crisismomenten (zoals uitbreken Irak-oorlog). De gemeente besteedt in haar publicatie aandacht aan de vredesthematiek (zowel "kleine" als "grote" vrede). In kleinere gemeenten kan men een ambtenaar (deeltijds) de taak van vredesambtenaar toevertrouwen, in grote steden kan men streven naar een echt een vredeshuis met personeel dat dit vredesbeleid in al zijn aspecten coördineert;
• In het kader van sensibilisering is ook een link mogelijk met cultuur: lokale feesten (braderij, aardbei, druiven,…) ook eens in het teken van vrede zetten; vredesmonument; 11.11.11herdenking ‘her-denken’; nieuwe straten noemen naar Nobelprijswinnaars Vrede.
• De gemeente zorgt, in samenwerking met het middenveld, mee voor een educatief aanbod, bijvoorbeeld via lessenreeksen, educatief materiaal, info-avonden, toneel, reizende tentoonstellingen, boeken en tijdschriften in bibliotheek, bezoek aan educatieve activiteiten buiten de gemeentegrenzen... Dat alles voor individuele inwoners en voor scholen, jeugdverenigingen, sociaalculturele en sportverenigingen. Vredeseducatie is ook nuttig en nodig op persoonlijk vlak: technieken en modellen van geweldloze weerbaarheid, geweldloze opvoeding, geweldloze conflictoplossing e.d. kunnen een efficiëntere en aangenamere uitweg bieden voor problemen van pesten, buren- of gezinsruzies, racisme, onveiligheidsgevoel in de wijk…
• Vredesbeleid wordt ook doorgetrokken naar het financieel en economisch beleid: niet enkel via aandacht voor het ethisch beleggen en aanspreken van banken over hun investeringspolitiek, maar ook door maximaal te streven naar ethisch duurzame bedrijven in de gemeente.
Lokale financiën en fiscaliteit: instrumenten voor duurzame ontwikkeling Een evenwichtig lokaal financieel beleid vrijwaart de toekomst. Gemeenten mogen de toekomstige beleidsruimte niet helemaal opsouperen, maar ook wie nu te weinig investeert of teveel vervuilt, legt een hypotheek op de toekomst. Groen! wil een volwaardige gemeentelijke dienstverlening waarborgen, nu en in de toekomst. Naast de noodzakelijke subsidies en fondsen door hogere overheden, geeft een lokale fiscaliteit die berust op rechtvaardigheid en solidariteit gemeenten de middelen om die uitdaging waar te maken. Bovendien kan slimme fiscaliteit duurzaam gedrag aanmoedigen. Voorstellen 1. Een rechtvaardige en heldere fiscaliteit • De gemeentelijke fiscaliteit is transparant.
• De aanvullende belasting op de personenbelasting en de opcentiemen op de onroerende voorheffing zijn de belangrijkste financierende belastingen. Een gezond evenwicht tussen beide belastingen is nodig om te voorkomen dat sommige gezinnen onrechtvaardig zwaar belast worden.
• Om ieder naar draagkracht te belasten, kunnen andere financieringsbelastingen worden ingezet, zoals de belasting op de tweede verblijven, op bank- en financieringsinstellingen,… Voor de eenvoud en de duidelijkheid worden de financierende belastingen met een marginale opbrengst afgeschaft.
• Gemeenten kunnen retributies opleggen als vergoeding voor reëel gemaakte kosten. Retributies voor diensten waar een burger verplicht en niet uit vrije keuze gebruik van maken (b.v. afgifte van identiteitskaarten), worden afgeschaft.
2. Duurzaamheid bevorderen • De gemeente stimuleert via subsidies en retributies duurzaam gedrag: premies voor energie- en wateraudit en energie- en waterbesparende investeringen, een groene mobiliteitskaart voor autodelers en niet-autobezitters,… Subsidies zijn helder en eenvoudig aan te vragen.
• Retributies zijn bij voorkeur gericht op het vermijden van niet-duurzaam gedrag. Milieubelastingen moeten door duurzaam gedrag te vermijden zijn. Groen! wil ook geen belastingen op openbare bals, muziekinstrumenten, vertoningen,… die het sociale leven ontmoedigen.
• Forfaitaire belastingen als de algemene huisvuilbelasting worden afgeschaft. Zij zijn onrechtvaardig en niet-ecologisch, omdat zij iedereen even zwaar treffen, ongeacht inkomen of verbruik.
• In het afvalbeleid wordt gekozen voor gedifferentieerd tarifiëring, met een vrijstelling voor niet-vermijdbare hoeveelheid afval.
• De lokale fiscaliteit stimuleert zuinig ruimtegebruik en gaat leegstand en verkrotting tegen. Groen! wil gebruik maken van de bestaande gemeentelijke fiscale instrumenten om leegstand te bestrijden en onbebouwde percelen binnen bestaande verkavelingen op de markt te krijgen:
. de belasting op niet-bebouwde percelen en gronden, gelegen in een niet-vervallen verkaveling / gebieden bestemd voor wonen. Groen! kiest voor een progressieve heffing, die stijgt naarmate de grond langer onbebouwd wordt aangehouden.
. de belasting op leegstand en/of verwaarlozing van gebouwen en of woningen
• De belasting op drijfkracht wordt vervangen door een belasting die aanzet tot zuinig energiegebruik en een lagere uitstoot van broeikasgassen.
• Groen! is tegen verhoging van rioolheffingen zonder resultaatsverbintenis. Het is geen evidentie dat de rioolheffingen stijgen zolang we geen garanties hebben dat het water wel degelijk gezuiverd wordt.
• Parkeerbeleid is in de eerste plaats een fundamenteel onderdeel van het gemeentelijk mobiliteitsbeleid, geen financieringsinstrument. Het parkeerbeleid mag zeker niet gestuurd worden door de financiële logica van een (commercieel) parkeerbedrijf.
Als u ook continu op de hoogte wenst te blijven van de grootste trend van de laatste 50 jaar genaamd 'energie' schrijft u zich dan in voor onze nieuwsbrief( d.m.v. ons rapport " 11 manieren om 10-70% op uw energie- geld en brandstofrekening te besparen)".
|
|
|