|
|
 |
|
Olie en gas raken op en wij doen te weinig |
Als u de benzineprijzen nu al hoog vindt, houdt u zich dan maar vast. Binnen tien jaar betaalt u misschien wel het dubbele, of zelfs het drievoudige. Econoom Herman Franssen, al dertig jaar op hoog niveau actief in de internationale energiewereld, acht het niet uitgesloten. "Amerika en Europa zijn te optimistisch. Ze onderschatten de problemen die voor ons opdoemen", zegt de in Venlo geboren en getogen Franssen, wiens carrière begon op het Amerikaanse ministerie van Energie in Washington, de stad waar hij via Parijs en Oman terugkeerde en nu een adviesbureau leidt.
In het Victoria Hotel in Amsterdam, waar hij vorige week even verbleef, vertelt hij het NRC over de onstuimige ontwikkelingen in de energiewereld: Rusland dat begin dit jaar de gaskraan naar Oekraïne en daarmee naar Europa dichtdraait - en momenteel een conflict heeft met Wit-Rusland over de nieuwe, veel hogere prijs voor gas. Extreem hoge olieprijzen. Politieke spanningen in olie- en gasrijke landen als Irak en Iran. Aanslagen op olie- en gasinstallaties in Nigeria.
Hij zegt ook dat het westen meer kan doen dan het zelf denkt, om de groeiende energieafhankelijkheid van Rusland en het Midden-Oosten af te remmen. "We onderschatten wat we met bestaande technologieën kunnen bereiken aan besparingen." Het risico als we niks doen? Dat het straks geen 60 euro kost om je auto vol te tanken, maar wellicht 180.
"Laat ik beginnen bij het begin", zegt Franssen. China en India groeien harder dan verwacht, zéker China. De wereldwijde olieproductie is niet evenredig meegegroeid. De olieprijzen zijn de afgelopen jaren verdrievoudigd - en hebben de gasprijzen mee omhooggetrokken. Energierijke landen als Rusland, Iran en Venezuela hebben hun machtspositie zien groeien. Staatshoofden grijpen hun kans en zetten energie in als politiek wapen. Doet Europa lastig over de expansiedrift van het Russische staatsbedrijf Gazprom? Stelt het de schending van mensenrechten te vaak aan de orde? Dan dreigt president Poetin de gaspijpleidingen naar Europa om te leggen naar Azië.
En verwacht niet dat deze situatie snel voorbijgaat. De vraag naar energie blijft hard groeien. China en India zitten pas aan het begin van hun economische take-off. Tweeëneenhalf miljard Chinezen en Indiërs willen dezelfde luxe als de westerling. Auto, koelkast, televisie, computer, nog een auto. En alles vreet energie.
Waarom voeren multinationals als Shell, BP en ExxonMobil hun productie dan niet op? Dat proberen ze, zegt Franssen. Er zit nu groei in West-Afrika, Brazilië, Turkije en Kazachstan. Hij verwacht dat de markt de komende jaren iets makkelijker wordt. De olieprijzen zullen waarschijnlijk dalen. Maar daarna? "Na 2009 weten de multinationals niet waar hun groei vandaan moet komen."
Olie en gas zullen zich steeds meer concentreren in het Midden-Oosten, Venezuela, Iran en Rusland. Daar hebben de multinationals weinig te vertellen. Het zijn de staatsbedrijven die de dienst uitmaken - en de olie- en gasvelden controleren. Maar de staatsbedrijven beschikken lang niet allemaal over de laatste technologie om de olie- en gaswinning te verbeteren. Ze hebben er ook helemaal geen belang bij om de markt te overspoelen met brandstoffen. Dat zou hun positie alleen maar verzwakken.
We staan, zegt Franssen, 'op een kruispunt'. Het Franse Petroleum Instituut gaat ervan uit dat de wereld haar maximale olieproductie bereikt ergens tussen 2015 en 2025. Daarna gaat het bergafwaarts, terwijl de vraag blijft groeien. In dezelfde periode zou het klimaatprobleem, dat mede wordt veroorzaakt door het verbranden van fossiele brandstoffen, wel eens heel serieus kunnen worden.De concentratie van het broeikasgas CO2 bereikt tegen die tijd de grens van 550 ppm (parts per million, aantal moleculen CO2 per miljoen moleculen in de lucht).
Dat is volgens sommigen het point of no return, zegt Franssen. De opwarming van de aarde wordt dan onomkeerbaar. "Het hoeft allemaal niet zo dramatisch te zijn, maar stel dat het een beetje tegenzit en we al over tien jaar de piek in onze olieproductie bereiken. En dan tegelijkertijd met een onomkeerbaar opwarmend klimaat zitten. Willen we dat risico lopen?"
Wat kan het westen doen om dit doemscenario te ontlopen? "Energie besparen, bijvoorbeeld. Als Amerika dezelfde eisen gaat stellen aan de efficiëntie van auto's als Europa, scheelt dat vier miljoen vaten olie per dag. Dat is eenvijfde van wat Amerika verbruikt. Op federaal niveau hoeven we zo'n maatregel niet te verwachten, met de huidige regering. Maar je ziet dat individuele staten als Californië, Massachusetts en New York het wel doen. In Europa kunnen we onze huizen beter isoleren, spaarlampen gebruiken.
"Het is ook belangrijk dat we alternatieven vinden voor olie. In huishoudens en industrie is olie als brandstof vervangen door onder meer aardgas. Maar niet in de transportsector. Inmiddels gaat bijna tweederde van alle olie daarnaartoe. Als er een oliecrisis uitbreekt, legt dat de hele transportsector, en daarmee de economie, lam."
Welke alternatieven zijn er? Biobrandstoffen? "Amerika investeert nu heel veel in de omzetting van maïs in ethanol als brandstof. Ik denk dat die ontwikkeling vooral is bedoeld om de boeren een extra bron van inkomsten te geven. Als alternatief voor olie is het duur - en niet erg efficiënt. Het kost verhoudingsgewijs veel energie om een liter ethanol uit maïs te produceren. We zitten eigenlijk te wachten op de technologie die ethanol kan maken uit cellulose. Dan hoef je niet langer de maïskolf te gebruiken, maar neem je de stengel. Of boomstammen, houtsnippers en stro. Dan concurreer je niet met de voedselproductie. Maar voordat deze cellulose-ethanol net zo betaalbaar is als olie, hebben we nog een paar technologische doorbraken nodig."
De groeiende vraag naar energie is voor bijna de helft toe te schrijven aan een toenemend gebruik van elektriciteit. Hoe gaan we daaraan voldoen? "We zouden het kunnen doen zoals China: massaal kolencentrales bouwen. Kolen zijn er meer dan genoeg en ze zijn goedkoop. Maar deze centrales stoten veel CO2 uit en dat wil je wegens het klimaat niet. Er wordt gewerkt aan nieuwe technologie om CO2 ondergronds op te slaan, maar die technologie is nieuw, nog moeilijk en duur. „Ik verwacht eerder dat kernenergie op grote schaal terugkomt. Als je in de opwarming van de aarde gelooft, dan ook in kernenergie."
En wind- en zonne-energie? "Duitsland heeft de laatste jaren veel windenergie erbij gekregen. Maar windenergie kan nog steeds niet concurreren met gas, kolen of uranium. En het duurt nog wel even voordat het wel zover is. Dat geldt overigens helemaal voor zonne-energie. Het blijft me trouwens verbazen hoe snel alles is gegaan. Ik ben in 1939 geboren. In de tijd dat ik op school zat, was het nog onvoorstelbaar dat een arbeider een auto zou kunnen kopen. Mijn familie maakte fietsen en bromfietsen. In 1953 verbruikte heel West-Europa anderhalf miljoen vaten olie per dag. Dat is minder dan Zuid-Korea vandaag. Nu maken China en India hetzelfde door. China heeft het plan de grootste automobielindustrie op te bouwen die de wereld ooit gekend heeft. Het zou me niet verbazen als ze die over 25 jaar hebben."
In Irak is de olieproductie ingezakt na de invasie van het Amerikaanse leger, in 2003. Het land is nu in chaos. Moet Amerika zijn troepen terugtrekken? "De Verenigde Staten staan er moeilijk voor. Als ze op korte termijn weggaan, is het goed mogelijk dat er een burgeroorlog uitbreekt - en dat een deel van Irak een toevluchtsoord wordt voor jihadi's. Die kunnen vanuit Irak in de omringende Golfstaten gaan zoeken naar strategische doelen voor aanslagen. Eerder dit jaar is in Saoedi-Arabië een aanslag verijdeld op het complex van Abqaiq, de grootste olieproductie- en doorvoerinstallatie ter wereld. Als zoiets wel een keer lukt, zou dat een gigantische klap zijn, voor de hele wereld."
Zullen er in de toekomst meer militairen ingezet worden voor de beveiliging van olie- en gaspijpleidingen, velden, raffinaderijen? "Bij velden en complexen misschien wel. Maar pijpleidingen kun je nooit 100 procent beveiligen. Ze zijn duizenden kilometers lang. Hoe moet je dat allemaal beschermen?"
Er is tussen bedrijven een hevige concurrentiestrijd gaande om contracten binnen te halen voor het ontwikkelen van nieuwe olie- en gasvelden. Wat bepaalt wie de deal uiteindelijk krijgt? "Een heleboel factoren. Steekpenningen, politiek. Iran sluit nu bijvoorbeeld deals met China. Iran verwacht dat China zijn invloed in de VN Veiligheidsraad zal gebruiken om mogelijke sancties tegen Iran tegen te houden. „Die sancties hebben te maken met het nucleaire programma van Iran. China krijgt in ruil de grondstoffen die het zo hard nodig heeft.
"Het kan ook met de aard van de deal te maken hebben. Kijk naar, alweer, China. Dat sluit de ene na de andere overeenkomst in Afrika. Het Chinese staatsbedrijf mag een olie- of gasveld ontwikkelen - en in ruil zorgt China in bijvoorbeeld Angola en Nigeria voor de aanleg van wegen, gebouwen, kerncentrales, en de reparatie van treinrails, havens, vliegvelden. Maar multinationals als Shell en BP kunnen zo'n package deal niet aanbieden. En die zijn dus in het nadeel."
China geeft in ruil voor grondstoffen soms ook wapens. Het ziet ook de schending van mensenrechten in bijvoorbeeld Soedan door de vingers. Moeten Amerika en Europa dat ook gaan doen? "Amerika en Europa moeten energie zeker een belangrijkere plaats geven in het buitenlands beleid. Maar of we de toegang tot energie de prioriteit moeten geven boven het afkeuren van kinderarbeid en de schending van mensenrechten? „Ik geloof niet dat we dat kúnnen. Deze waarden zitten verankerd in onze beschaving. We zullen de Chinezen ervan moeten overtuigen dat ze het op dezelfde manier gaan doen als wij. En als dat niet lukt? Dan wordt het voor ons in de toekomst moeilijker om aan olie en gas te komen."
Herman Franssen Herman Franssen (Venlo, 1939) is sinds 1996 directeur van International Energy Associates, een consultancybureau op het gebied van energie. Hij is ook verbonden aan het Midden-Oosten Instituut in Washington en het Londense Centre for Global Energy Studies. Van 1985 tot 1996 werkte Franssen in Oman, als de persoonlijk economisch adviseur van energieminister Said Achmed al-Shanfari. Hij woonde als eerste westerse adviseur de ministeriële vergaderingen bij van de OPEC, de organisatie van elf olie-exporterende landen.
Tussen 1980 en 1985 was Franssen hoofd-econoom bij het Internationaal Energie Agentschap in Parijs, de energie-adviesclub voor 26 geïndustrialiseerde landen. Van 1974 tot 1980 werkte hij voor de Amerikaanse regering, waarvan de laatste twee jaar bij het ministerie van Energie. Herman Franssen studeerde economie en politicologie in Amsterdam en Tilburg. In 1965 studeerde hij in Amerika af als internationaal econoom. Hij promoveerde zes jaar later, in Boston.
(Bron: NRC)
|
|