|
Wijzigingen in regeling Energie-investeringsaftrek voor 2007 |
Ondernemers die investeren in energiebesparing en duurzame energie kunnen in 2007 weer rekenen op een fiscaal voordeel als zij Energie-investeringsaftrek (EIA) aanvragen. Van 12 oktober 2006 tot eind december was de regeling tijdelijk gesloten vanwege een grote hoeveelheid aanvragen. Vanaf 1 januari 2007 is de regeling weer open. Ondernemers kunnen via de EIA 44% van de investeringen van energiebesparende bedrijfsmiddelen aftrekken van de fiscale winst.
De Energielijst bevat een overzicht van de bedrijfsmiddelen die voor EIA in aanmerking komen. Zeventien nieuwe bedrijfsmiddelen hebben recht op EIA, zoals een energiezuinige professionele koelkast, energie tussenmeter, systemen voor het benutten van afvalwarmte en energiezuinige technieken voor tuinbouwkassen. Ook zijn de beschrijvingen van 21 bedrijfsmiddelen op de Energielijst aangepast. Eén bedrijfsmiddel is van de Energielijst verwijderd: het oxy-fuel systeem komt niet meer voor EIA in aanmerking.
Generieke besparingsnormen De generieke energiebesparingsnormen zijn verlaagd. Dit geldt zowel voor de boven- als voor de ondergrens. Door de hogere energieprijzen zijn energie-investeringen bij een lagere energiebesparing al rendabel. Voor energiebesparende investeringen in gebouwen en transportmiddelen moet de energiebesparing liggen tussen 0,3 en 2 Nm3 aardgasequivalent per jaar per geïnvesteerde euro. Voor energiebesparende investeringen in apparatuur of processen moet de energiebesparing liggen tussen 0,7 en 2 Nm3 aardgasequivalent per jaar per geïnvesteerde euro.
Milieuvergunning Voor investeringen in duurzame energie moeten bedrijven vanaf 2007 in sommige gevallen een milieuvergunning hebben, op het moment dat EIA wordt aangevraagd. Dit geldt alleen voor projecten waar het bevoegde gezag een milieuvergunning verplicht stelt. Een bouwvergunning of Wbr-vergunning was in een aantal gevallen al langer nodig.
Generiek duurzame energie Bij installaties voor duurzame energie die generiek gemeld worden is de eis aangescherpt. In 2007 moet men voor ten minste 70% gebruik maken van duurzame energie. Dat was voorheen 30%. Installaties die minder dan 70% duurzame energie bijstoken kunnen onder een andere generieke codeworden aangemeld.
Biobrandstofproductie installatie Het omzetten van biomassa naar gasvormige, vloeibare of vaste energiedragers kan niet meer gemeld worden onder de code van generiek duurzaam. Wl is het mogelijk om gebruik te maken van nader omschreven technieken, zoals de biobrandstofproductie-installatie, die nieuw op de energielijst staat. Omdat biobrandstoffen tegenwoordig verplicht zijn in transportbrandstoffen, stimuleert de overheid geen standaard biobrandstofproductie installaties meer. De installatie moet werken met innovatieve omzettingstechnieken of gebruik maken van reststromen. Op deze manier komen alleen aantoonbaar efficiëntere installaties, de zogenaamde 1,5e of 2e generatie biobrandstof-installaties, in aanmerking voor EIA.
Afvalwarmte Voor bedrijven die bestaande afvalwarmte nuttig gebruiken, valt alleen het uitkoppelen van afvalwarmte bij de bron en het primaire transport ervan onder de energie-investering. Doordat de investeringskosten in secundaire distributienetten niet meer worden meegerekend, kan gemakkelijker worden voldaan aan de generieke besparingsnorm.
Op de website van SenterNovem is de Energielijst 2007 te vinden. Ook de Wettekst 2007 is daar te downloaden. (Bron:SenterNovem)
|